Concrete werking

Hoe gaat dat dan in zijn werk? Eerst en vooral zal de lokale entiteit samenwerking met het OCMW. Het OCMW (of een andere lokale sociale dienst) komt in contact met de mensen van de doelgroep. Ze bekijken samen de mogelijkheden van energiebesparing. Een beslissing over de investeringen wordt genomen, indien het gezin geen eigenaar is van de woning, in samenspraak met de eigenaar. Die wordt altijd maximaal geresponsabiliseerd. Een contract wordt opgemaakt waarin precies wordt bepaald wie wat doet en wie welke verantwoordelijkheid draagt. Vervolgens belast een lokale entiteit een aannemer met de werkzaamheden. De werf wordt opgevolgd, de werken worden opgeleverd en de terugbetaling van de gemaakte kosten kan starten. Op basis (van een deel) de uitgespaarde energiefactuur wordt maand na maand een bedrag terug betaald, gespreid over 5 jaar.

U vraagt zich misschien af: “Wie is die lokale entiteit, waarvan verschillende keren sprake?” Welnu, daar speelt de autonomie van de gemeente. Het is de gemeente die, in samenspraak met het OCMW, de lokale entiteit aanduidt. Dat kan een autonoom gemeentelijk bedrijf, een sociaal verhuurkantoor, een netwerkbeheerder, enz. zijn. De gemeente moet aan het Fonds bewijzen dat die lokale entiteit in staat is om haar taak te vervullen. De lokale entiteit moet een grondgebied bestrijken waar ongeveer 25.000 inwoners wonen. Steden of grote gemeenten komen daar gemakkelijk aan. De andere kunnen bovengemeentelijk samenwerken. Het moet immers de bedoeling zijn dat de lokale entiteiten voldoende kritische massa ontwikkelen om hun taak naar behoren te kunnen vervullen. Zij krijgen daar trouwens een financiële steun voor van het Fonds. Dat kan omdat het Fonds op haar beurt een jaarlijkse dotatie ontvangt van de federale overheid.

Tussen het Fonds en de lokale entiteit wordt een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met sluitende bepalingen over eenieders rechten en plichten. Veel meer hierover is te lezen in het beheerscontract dat de federale overheid afsloot met het Fonds2. Ook de afbakening van wie behoort tot de meest behoeftigen werd netjes geformuleerd3.